Verloren Wijsheid: Een warm vuurtje en warme druppels

Na een tijdje, inmiddels aangekomen op de plek waar een klein smeulend vuurtje lag te wachten dat waarschijnlijk de oorzaak was van de warme vlagen, was Delilah de hele tijd nog stil geweest. Ze zei geen woord en haar houding gesloten. Af en toe trilde haar lip en wende ze zich af. Toen keek ze me aan, met ogen die ik al veel vaker had gezien. Ogen doorlopen van verdriet, visueel vervormt. Met die ogen doorlopen van verdriet, samen getrokken wenkbrauwen terwijl ze op haar lip beet keek ze me aan. Meteen ging er een schok door me heen. Een schok die ik niet vaak heb, die vertelt dat je iets moet doen; nu. Heel soms, als ik iemand in een diep trieste toestand zie krijg ik soms die schok, net als nu. Verdriet is de oorzaak. Er zijn twee middelen waarmee je verdriet kunt bestrijden. Eén troost en twee liefde. In geen van beide ben ik goed. Allemaal in die seconden, zoveel. En na die seconde, is ze weg. Op weg naar haar plek, waar ze alleen is. Terwijl ik haar hoor snikken leun ik met mijn hoofd op mijn handen. Het gevoel wat ik nu heb is machteloosheid; alsof tientallen mensen onder mijn verantwoordelijkheid zijn omgekomen. 

Continue reading

Verloren Wijsheid: deel 1

Volle maan. Een paar lichtstralen raken de grond. Ik kijk om me heen. Een beetje te schichtig om kalm te lijken. Ik kijk nog even omhoog naar de maan, voordat ik de grot inga om een paar uur te slapen. Ik haal diep adem en daarna ontspan ik mijn longen. Ik loop richting de grot en naarmate ik de grot nader voel ik steeds een vlaag van warme lucht. Ik word ongerust en kijk alweer te schichtig om me heen. Als ik geritsel hoor, denk ik, wat zou ik dan doen? Ik bedenk een aantal tactieken om mezelf gerust te stellen. Op het moment dat ik mijn derde tactiek aan het bedenken ben worden mijn gedachten onderbroken door een ontzettende pijn in mijn linkerschouder. De pijn wordt erger en erger. Alles in mijn hoofd maakt plaats voor de pijn die nog steeds erger wordt maar nu langzamer. Door alle pijn heen draai ik me om en ik zie alleen een zwarte schim. Ik onderscheidde de houding van normaal en zag dat hij net een pijl had afgeschoten en in mijn richting keek. Hij deed twee stappen naar voren waardoor het maanlicht zijn gezicht raakte. Tot mijn grote verbazing was het een jonge vrouw. Haar gezicht mooi glad en een beetje glimmend in het maanlicht. Verder had ze een mooi en sterk lichaam. Ik bestudeerde haar verder tot dat ze met een zachte strenge stem vroeg: ‘Wie ben jij?’ Continue reading